Consumenten hebben volgens nieuw onderzoek van Test-Aankoop behoefte aan meer informatie over de oorsprong van voeding, vooral wanneer het gaat om verse voeding. Geografische aanduidingen, de vlag op het etiket van een voedingsmiddel, moet de lading dekken. Ook de voedingswaarde wordt alsmaar belangrijker voor consumenten. Zij willen een beknopte weergave van de voedingswaarde op de voorzijde van de verpakking zien. Zulk overzicht is belangrijk om de voedingsstoffen (bv. zout, suiker, vet) te kennen die we omwille van onze gezondheid beter beperken. Misleidende etikettering is uit den boze. De wetgeving op voedings- en gezondheidsclaims dateert al van 2007, maar op de volledige toepassing is het nog altijd wachten. Botanische claims op voeding moeten op dezelfde manier worden beoordeeld als andere claims. Test-Aankoop vraagt dan ook dat hiervoor wetenschappelijk bewijs kan worden voorgelegd. De consumentenorganisatie vraagt tevens om nieuwe regels voor de etikettering van gearomatiseerde producten te voorzien, bij voorkeur op Europees niveau. Daarnaast horen bepaalde soorten voedingsmiddelen geen aromas te bevatten, bijvoorbeeld baby- en kindervoeding.
Passport please
Uit een onlinebevraging van 600 consumenten blijkt dat steeds meer consumenten willen weten vanwaar hun voeding komt, weliswaar na criteria als houdbaarheidsdatum en prijs. Op de vraag waarom de oorsprong van voeding op het etiket zou moeten staan, geeft een kleine helft van de ondervraagden aan dat ze willen weten of de voeding van België afkomstig is (48 %), dat ze de ecologische voetafdruk willen inschatten (45 %). Vier op tien respondenten willen graag weten waar hun voeding vandaan komt en eenzelfde aantal wil voeding uit bepaalde landen weren uit ethische overwegingen. Een derde wil die oorsprong kennen om voeding te vermijden die minder veilig zou zijn en iets minder dan een derde ook om de kwaliteit van de voeding te beoordelen. De herkomst blijkt belangrijker voor verse voeding dan voor verwerkte voeding. Het belang dat consumenten daaraan hechten stijgt met de leeftijd.
Huidige situatie onvoldoende
De huidige wetgeving voorziet voor een beperkt aantal, vooral onverwerkte, soorten voeding specifieke regels aangaande de vermelding van de oorsprong: rund-
en kalfsvlees, eieren, gevogelte uit niet-EU-landen, vis, vers fruit en verse groenten, honing, olijfolie en wijn. Voor andere eetwaren moet de herkomst enkel aangeduid worden als er een risico bestaat dat de consument wordt verward of misleid. Maar dit zet de deur open voor heel wat verwarring bij consumenten, bv. door een Franse vlag op een stokbrood af te beelden, terwijl het in Nederland wordt geproduceerd, of door letters in Griekse stijl op yoghurt die in Spanje wordt gemaakt.
Nieuwe regels vanaf 2014
Er komen nieuwe Europese regels aan rond de verstrekking van voedingsinformatie aan de consument, maar Test-Aankoop wil meer en beter. De herkomstvermelding moet ook worden voorzien voor vlees (ook als ingrediënt), melk (ook als ingrediënt voor zuivelproducten), onverwerkt voedsel, producten met maar één ingrediënt Test-Aankoop vraagt ook minstens het land van oorsprong te vermelden. Hoe duidelijker, concreter en specifieker de informatie, hoe beter voor de consument.
Etikettering voedingswaarde
Dit laatste geldt tevens voor het etiket. Het etiket is niet alleen de identiteitskaart van het product, maar ook een manier om het fundamentele recht op informatie van de consument te garanderen. Door een nieuwe Europese regelgeving zullen alle eetwaren vanaf einde 2016 de voedingswaarde moeten vermelden. Dit is wel een erg lange overgangsperiode voor de fabrikanten om de nodige aanpassingen te doen, oordeelt Test-Aankoop. Op basis van een kwalitatief onderzoek naar de gewoonten en de houding van consumenten omtrent de voedingswaarde op de verpakking van voedingsmiddelen, voegt de consumentenorganisatie er enkele eisen aan toe. Zo is het wenselijk om een beknopte weergave van de voedingswaarde op de voorzijde van de verpakking te plaatsen. Zulk overzicht is belangrijk om de voedingsstoffen (bv. zout, suiker, vet) te kennen die we omwille van onze gezondheid beter beperken. Zo blijkt ook de Dagelijkse Voedingsrichtlijn (GDA) belangrijk. Voedingsstoffen kunnen best door hun benaming worden weergegeven (niet door een symbool), samen met hun gehalte in gram en in % van de GDA. De informatie per portie vinden consumenten enkel nuttig wanneer die voor de hand ligt, zoals bij één koekje of een potje yoghurt.
Etiketten moeten de waarheid spreken
De wetgeving op voedings- en gezondheidsclaims dateert al van 2007, maar op de volledige toepassing is het nog altijd wachten. Het Europese Voedselagentschap onderzocht zon 4500 gezondheidsclaims, slechts 222 daarvan kregen groen licht. Sinds einde vorig jaar mogen enkel nog die goedgekeurde claims gebruikt worden. Deze gaan vooral over vitamines en mineralen en hun bijdrage aan normale lichaamsfuncties. Ook bijvoorbeeld het effect van bepaalde vezels op het glucose- en cholesterolgehalte in het bloed en op het gewicht mag worden vermeld op verpakkingen of in reclame. Voorbeelden van functionele claims die werden afgevoerd bij gebrek aan bewijs zijn die omtrent antioxidanten en omega-3-vetzuren. Dat viscapsules "het geheugen een boost geven", dat zwarte thee "de mentale alertheid verhoogt" of dat koffie kan doen vermageren, mag voortaan dus niet meer worden beweerd.
Botanische claims
Botanische claims op voeding moeten op dezelfde manier worden beoordeeld als andere claims. Test-Aankoop vraagt dan ook dat hiervoor wetenschappelijk bewijs kan worden voorgelegd. Claims die zich baseren op "traditioneel gebruik", d.w.z. een bepaalde stof die "al tientallen (of zelfs honderden) jaren" een bepaald effect zou hebben, klasseert Test-Aankoop onder de rubriek ongefundeerde prietpraat.
Voedingsprofielen
Zonder voedingsprofielen mag een suikerrijk product zich nog steeds verkopen als "gezond". Test-Aankoop maakt duidelijk dat het niet de bedoeling mag zijn dat de claims over één bepaald bestanddeel staan op voedingsmiddelen die voor de rest verre van gezond zijn, door een hoog gehalte vet, suiker of zout. Die drie bestanddelen zouden dan ook worden begrensd in de zogenoemde voedingsprofielen, een onderdeel van de Europese verordening van 2007. Maar op die profielen, die normaal klaar moesten zijn in januari 2011, is het nog steeds wachten. Concreet kan frisdrank dus nog uitpakken met "meer vitamine C", ook al bevat hij veel suiker.
Etiketten vol met lekker fruit
Afbeeldingen van vers fruit terwijl er in de potjes yoghurt maar een paar procent fruit in zit, zonder kunstmatige aromas terwijl het gaat om producten met natuurlijke aromas , heerlijk ambachtelijk terwijl er gewoon aromas in zitten Het is duidelijk dat etikettering van sommige producten met vruchten de consument om de tuin leidt. Zo bevat een aardbeikoekje van 11 g het equivalent van 0,52 g aardbei, dit is 1/30ste van een aardbei per koekje. Sommige potten yoghurt van 500 g bevatten amper 3 aardbeien. Test-Aankoop eist dan ook een realistische weergave van de hoeveelheid fruit op het etiket. De consumentenorganisatie is voorstander van wettelijk verplichte minimumpercentages van bepaalde ingrediënten om met de naam ervan te mogen uitpakken. De benaming zou ook realistischer moeten zijn. Zo zou yoghurt op basis van fruit en aromas niet fruityoghurt mogen heten, maar bijvoorbeeld gearomatiseerde fruityoghurt of yoghurt met fruit en aromas.
Parapluterm
De term aroma is een vage parapluterm, meent Test-Aankoop. Die term mag verwijzen naar zowel natuurlijke als kunstmatige aromas. Indien de term kunstmatig aroma zou worden ingevoerd, zou de consument tenminste weten welke soort van aromas hij met zijn yoghurt naar binnen lepelt. Test-Aankoop vraagt om nieuwe regels voor de etikettering van gearomatiseerde producten te voorzien, bij voorkeur op Europees niveau. Daarnaast horen bepaalde soorten voedingsmiddelen volgens de consumentenorganisatie geen aromas te bevatten, bijvoorbeeld baby- en kindervoeding. Kinderen zouden van jongs af aan gewend moeten raken aan natuurlijke smaken en niet aan aromas!
Contact:
Sigrid Lauryssen
Ivo Mechels
Bron: politics.be
Passport please
Uit een onlinebevraging van 600 consumenten blijkt dat steeds meer consumenten willen weten vanwaar hun voeding komt, weliswaar na criteria als houdbaarheidsdatum en prijs. Op de vraag waarom de oorsprong van voeding op het etiket zou moeten staan, geeft een kleine helft van de ondervraagden aan dat ze willen weten of de voeding van België afkomstig is (48 %), dat ze de ecologische voetafdruk willen inschatten (45 %). Vier op tien respondenten willen graag weten waar hun voeding vandaan komt en eenzelfde aantal wil voeding uit bepaalde landen weren uit ethische overwegingen. Een derde wil die oorsprong kennen om voeding te vermijden die minder veilig zou zijn en iets minder dan een derde ook om de kwaliteit van de voeding te beoordelen. De herkomst blijkt belangrijker voor verse voeding dan voor verwerkte voeding. Het belang dat consumenten daaraan hechten stijgt met de leeftijd.
Huidige situatie onvoldoende
De huidige wetgeving voorziet voor een beperkt aantal, vooral onverwerkte, soorten voeding specifieke regels aangaande de vermelding van de oorsprong: rund-
en kalfsvlees, eieren, gevogelte uit niet-EU-landen, vis, vers fruit en verse groenten, honing, olijfolie en wijn. Voor andere eetwaren moet de herkomst enkel aangeduid worden als er een risico bestaat dat de consument wordt verward of misleid. Maar dit zet de deur open voor heel wat verwarring bij consumenten, bv. door een Franse vlag op een stokbrood af te beelden, terwijl het in Nederland wordt geproduceerd, of door letters in Griekse stijl op yoghurt die in Spanje wordt gemaakt.
Nieuwe regels vanaf 2014
Er komen nieuwe Europese regels aan rond de verstrekking van voedingsinformatie aan de consument, maar Test-Aankoop wil meer en beter. De herkomstvermelding moet ook worden voorzien voor vlees (ook als ingrediënt), melk (ook als ingrediënt voor zuivelproducten), onverwerkt voedsel, producten met maar één ingrediënt Test-Aankoop vraagt ook minstens het land van oorsprong te vermelden. Hoe duidelijker, concreter en specifieker de informatie, hoe beter voor de consument.
Etikettering voedingswaarde
Dit laatste geldt tevens voor het etiket. Het etiket is niet alleen de identiteitskaart van het product, maar ook een manier om het fundamentele recht op informatie van de consument te garanderen. Door een nieuwe Europese regelgeving zullen alle eetwaren vanaf einde 2016 de voedingswaarde moeten vermelden. Dit is wel een erg lange overgangsperiode voor de fabrikanten om de nodige aanpassingen te doen, oordeelt Test-Aankoop. Op basis van een kwalitatief onderzoek naar de gewoonten en de houding van consumenten omtrent de voedingswaarde op de verpakking van voedingsmiddelen, voegt de consumentenorganisatie er enkele eisen aan toe. Zo is het wenselijk om een beknopte weergave van de voedingswaarde op de voorzijde van de verpakking te plaatsen. Zulk overzicht is belangrijk om de voedingsstoffen (bv. zout, suiker, vet) te kennen die we omwille van onze gezondheid beter beperken. Zo blijkt ook de Dagelijkse Voedingsrichtlijn (GDA) belangrijk. Voedingsstoffen kunnen best door hun benaming worden weergegeven (niet door een symbool), samen met hun gehalte in gram en in % van de GDA. De informatie per portie vinden consumenten enkel nuttig wanneer die voor de hand ligt, zoals bij één koekje of een potje yoghurt.
Etiketten moeten de waarheid spreken
De wetgeving op voedings- en gezondheidsclaims dateert al van 2007, maar op de volledige toepassing is het nog altijd wachten. Het Europese Voedselagentschap onderzocht zon 4500 gezondheidsclaims, slechts 222 daarvan kregen groen licht. Sinds einde vorig jaar mogen enkel nog die goedgekeurde claims gebruikt worden. Deze gaan vooral over vitamines en mineralen en hun bijdrage aan normale lichaamsfuncties. Ook bijvoorbeeld het effect van bepaalde vezels op het glucose- en cholesterolgehalte in het bloed en op het gewicht mag worden vermeld op verpakkingen of in reclame. Voorbeelden van functionele claims die werden afgevoerd bij gebrek aan bewijs zijn die omtrent antioxidanten en omega-3-vetzuren. Dat viscapsules "het geheugen een boost geven", dat zwarte thee "de mentale alertheid verhoogt" of dat koffie kan doen vermageren, mag voortaan dus niet meer worden beweerd.
Botanische claims
Botanische claims op voeding moeten op dezelfde manier worden beoordeeld als andere claims. Test-Aankoop vraagt dan ook dat hiervoor wetenschappelijk bewijs kan worden voorgelegd. Claims die zich baseren op "traditioneel gebruik", d.w.z. een bepaalde stof die "al tientallen (of zelfs honderden) jaren" een bepaald effect zou hebben, klasseert Test-Aankoop onder de rubriek ongefundeerde prietpraat.
Voedingsprofielen
Zonder voedingsprofielen mag een suikerrijk product zich nog steeds verkopen als "gezond". Test-Aankoop maakt duidelijk dat het niet de bedoeling mag zijn dat de claims over één bepaald bestanddeel staan op voedingsmiddelen die voor de rest verre van gezond zijn, door een hoog gehalte vet, suiker of zout. Die drie bestanddelen zouden dan ook worden begrensd in de zogenoemde voedingsprofielen, een onderdeel van de Europese verordening van 2007. Maar op die profielen, die normaal klaar moesten zijn in januari 2011, is het nog steeds wachten. Concreet kan frisdrank dus nog uitpakken met "meer vitamine C", ook al bevat hij veel suiker.
Etiketten vol met lekker fruit
Afbeeldingen van vers fruit terwijl er in de potjes yoghurt maar een paar procent fruit in zit, zonder kunstmatige aromas terwijl het gaat om producten met natuurlijke aromas , heerlijk ambachtelijk terwijl er gewoon aromas in zitten Het is duidelijk dat etikettering van sommige producten met vruchten de consument om de tuin leidt. Zo bevat een aardbeikoekje van 11 g het equivalent van 0,52 g aardbei, dit is 1/30ste van een aardbei per koekje. Sommige potten yoghurt van 500 g bevatten amper 3 aardbeien. Test-Aankoop eist dan ook een realistische weergave van de hoeveelheid fruit op het etiket. De consumentenorganisatie is voorstander van wettelijk verplichte minimumpercentages van bepaalde ingrediënten om met de naam ervan te mogen uitpakken. De benaming zou ook realistischer moeten zijn. Zo zou yoghurt op basis van fruit en aromas niet fruityoghurt mogen heten, maar bijvoorbeeld gearomatiseerde fruityoghurt of yoghurt met fruit en aromas.
Parapluterm
De term aroma is een vage parapluterm, meent Test-Aankoop. Die term mag verwijzen naar zowel natuurlijke als kunstmatige aromas. Indien de term kunstmatig aroma zou worden ingevoerd, zou de consument tenminste weten welke soort van aromas hij met zijn yoghurt naar binnen lepelt. Test-Aankoop vraagt om nieuwe regels voor de etikettering van gearomatiseerde producten te voorzien, bij voorkeur op Europees niveau. Daarnaast horen bepaalde soorten voedingsmiddelen volgens de consumentenorganisatie geen aromas te bevatten, bijvoorbeeld baby- en kindervoeding. Kinderen zouden van jongs af aan gewend moeten raken aan natuurlijke smaken en niet aan aromas!
Contact:
Sigrid Lauryssen
Ivo Mechels
Bron: politics.be